Siergrassen

Moderne tuinen kennen dikwijls een strak lijnenpatroon en kenmerken zich door een aantal beeldbepalende structuren. Een veel gebruikte manier om structuur aan te brengen is het toepassen van siergrassen.

Siergrassen worden bij het creëren van een groene structuur vaak niet als solitair aangeplant, maar in een vak of in rijen. Ze danken hun populariteit aan het feit dat ze lang groen, of zelfs altijd groen blijven, een speels karakter hebben en structuur en vorm aan de tuin geven.
In het najaar en in de winter hebben ze een prachtig silhouet en laten ze zich prima combineren met andere planten. In opmars is de combinatie met vaste planten, want dit geeft een bijzonder fraai en speels effect. De vaste planten worden dan als enkelingen tussen de grassen door geplant, waarbij ze er vaak net even iets bovenuit steken.

Schilderachtig effect

Siergrassen zijn dus zeer breed inzetbaar in de tuin en kunnen echte blikvangers zijn. Er zijn meerder soorten in de handel verkrijgbaar. Het ene siergras past beter midden in een plantenvak, terwijl een ander soort door zijn uitstraling ook prima langs een waterpartij kan worden geplant. Vooral de hogere grassoorten kunnen uitgroeien tot indrukwekkende pollen, met bloeiaren die er mooi bovenuit steken. In het late najaar hebben deze een prachtige herfstkleur. In de winter kunt u siergrassen prima laten staan, en het dunne laagje rijp op de aren geeft altijd
weer een schilderachtig effect. Voorbeelden van veel gebruikte grassen zijn de Miscantus (prachtriet), de hogere soorten van de Molinia (pijpenstrootje)en de Cortederia (pampasgras).

Groenblijvende soorten

De meeste soorten komen het beste tot hun recht als ze in een groep worden aan geplant. Dat kunnen er bijvoorbeeld vijf tot zeven bij elkaar zijn, zodat ze ongeveer één vierkante meter bedekken. Maar ook een groter vak zal zeker niet misstaan. Kies dan wel een soort die groenblijvend is, zodat u in de winter niet tegen een groot kaal vlak aankijkt.
De Carex, die u in veel kleuren kunt kopen, leent zich daar goed voor. Andere variëteiten die goed als groep aangeplant kunnen worden zijn:
Calamagrostis (struisriet), Panicum (vingergras), Pennisetum (lampenpoetser), Imperata (bloedgras) en Festuca (zwenkgras).
Als u wel een paar grassen in uw tuin wilt, maar er geen plek meer voor heeft in de border, zet ze dan in een pot op het terras of balkon.
Siergrassen snoei je pas in hetvoorjaar, want juist in de herfst en in de winterperiode zijn veel grassen prachtig om te zien.

Snoeien

Siergrassen snoeit u pas in het voorjaar, want juist in de herfst en in de winterperiode zijn veel grassen prachtig om te zien. Het afgestorven blad en de stengels zorgen voor een natuurlijke bescherming tegen vorst en vocht. De enige grassoort die wel bescherming nodig heeft, is de Cortaderia (pampasgras). Pak deze in de winter in met stro of noppenfolie. Vanaf eind maart kunt u gaan snoeien (behalve de wintergroene grassen) tot op ongeveer 10 à 20 cm boven de grond. Daarna loopt het gras weer prachtig uit en kunt u er weer lang van genieten.

Boerenpioen

Soms herontdek je planten die je een tijd niet gebruikt hebt, of waar je tijdens het samenstellen van een plantenassortiment opnieuw door gefascineerd raakt. De boerenpioen (Paeonia officinalis) is zo’n plant. Vergelijkbaar met een vergeten groente, een soort die tegenwoordig minder wordt gebruikt maar een lange historie heeft.

De boerenpioen behoort tot de kruidachtige pioenrozen en heeft de karakteristieke eigenschappen van een vaste plant. Hij sterft in het najaar af tot aan de grond en in het voorjaar verschijnen er rode punten waaruit de stengels, bladeren en bloem en groeien. De pioen heeft vlezige wortels met knolachtige verdikkingen en is een zomerbloeiende plant die vanaf juni prachtige bloemen geeft. Met een hoogte van tussen de 60 en 100 centimeter past hij prima in een vaste plantenborder. Daarnaast houdt de pioen van een kalkrijke bodem. Van origine komt hij voor in de streken rond de Middellandse Zee, van Zuid-Frankrijk tot aan het westen van de Balkan.

Geschiedenis

De pioen was al bekend in de Griekse tijd. De Latijnse naam is Paeonia, wat is afgeleid van Paieon, de Griekse arts van de goden. De wortels van de pioenhebben een geneeskrachtige werking (koortswerend, bloeddrukverlagend) en ook de zaden werden gebruikt vanwege hun medicinale eigenschappen. Eeuwen later, in de middeleeuwen, werd de pioen gebruikt in de kruidentuinen van kloosters en verwerkt tot medicijn. Deze rol als medicinaal kruid heeft de pioen gehad tot de 19e eeuw. Daarna werd de plant vooral in Frankrijk en Engeland ook steeds meer als sierplant gebruikt. Tot op de dag van vandaag is de pioen nog altijd een gangbare tuinplant. Daar naast blijft hij nuttig voor de farmacie, de alternatieve geneeskunde en de parfumindustrie.

Onderhoud

Pioenrozen staan bij voorkeur op een plek in de zon-halfschaduw. Ze hebben per dag dus een paar uur zon nodig, maar niet de hele dag.De juiste grond is een belangrijke voorwaarde voor gezonde en vitale planten. Ze hebben een uitgesproken voorkeur voor voedzame grond die voldoende kalk bevat, liefst klei- of zavelgrond. In de groeiperiode is voldoende vocht noodzakelijk. Door de juiste standplaats te kiezen reguleert zich dat echter vanzelf enis extra watergeven vrijwel niet nodig. In de winter daarentegen is het van belang dat de grond niet te lang nat blijft en goed afwatert. Wanneer je de pioenen na de bloei in juli beendermeel geeft en in het vroege voorjaar gedroogde koemest,
word je beloond met prachtige bloemen in juni. Grote bloemen moeten ondersteund worden. Houd er rekening mee dat ze een lange tijd op dezelfde plaats moeten staan, voordat ze veel bloemen geven.

Een gezond bodemleven voor de tuin

Een gezonde en vitale tuin valt of staat met een goede bodem. Afhankelijk vanwaar u in Frankrijk woont) zal de bodemopbouw verschillen. Daarom is het handig om daar enige basiskennis van te hebben. Niet alleen met het oog op uw tuin) maar ook voor als u bijvoorbeeld bouwplannen heeft of een zwembad wilt aanleggen.

Bodemkennis kan veel vragen beantwoorden. Zowel met betrekking tot uw tuin als de omgeving waar u woont. U zult dan ook zien dat bepaalde planten en bomen specifiek zijn voor uw gebied en een indicator vormen voor de bodemgesteldheid van uw regio.
Planten en bomen vormen over het algemeen wortels in de bovenste laag van de grond, doorgaans in de bovenste 60 tot 80cm.Het is dus van belang dat de bovenste laag (de teellaag) van uw tu in goed waterdoorlatend is en voldoende humus, voedingsstoffen en micro-organismen (bacteriën en schimmels) bevat. Kortom een goede structuur. Als u dit op orde hebt, is de basis gelegd voor een gezonde en vitale tuin. Uw planten en bomen hebben dan minder kans om ziek te worden.

Bemesting en structuurverbeteraars

Als dit niet het geval is, zijn er verschillende manieren om de bodem weergezond te krijgen. U kunt dan bijvoorbeeld kiezen voor natuurlijke bemesting. Dat kan in het voorjaar door het toevoegen van compost; vergane plantenresten die u doorspit in de grond. Een andere mogelijkheid is om in het najaar groen bemesting te zaaien. Dit is met name een goede optie bij een moestuin of een braakliggend terrein dat nog een tuin moet worden. Groenbemesting zijn kruidachtige planten die eind van de winter en vroeg in het voorjaar groeien en die u in voorjaar onderspit in de grond. Een ander prima alternatief is het gebruik van structuurverbeteraars. Die kunt u in grote en kleine verpakkingen kopen. Het zijn een granulaten (korrels) met bacteriën en schimmels. De micro-organismen zorgen voor een actief bodemleven en stimuleren daardoor de wortelgroei. Voorbeelden van dit soort producten zijn DCM vivimus of EcostyleTerra Fertiel. Wanneer u meer wilt weten over de geologie van uw regio, kunt u te rade gaan bij het Institut Geographique National. (www.ign.fr).