Zo maak je een grote tuin intiem en gezellig

Voor veel landgenoten is de wens om ruimer te wonen en meer ruimte om hun huis te hebben een belangrijke reden om naar Frankrijk te verhuizen. Een grotere tuin vraagt evenwel om een andere manier van inrichten dan de tuinen die we doorgaans in Nederland kennen. Door het toepassen van een aantal richtlijnen maak je van een grote tuin een intieme tuin, zonder dat je je verloren voelt in de ruimte.

Opdelen in aparte plekken

Mensen voelen zich over het algemeen prettiger in een meer besloten omgeving. Door een tuin te verdelen in verschillende kamers of plekken breng je meer beslotenheid en kun je verschillende sferen creëren die eventueel sterk van elkaar gescheiden zijn. De tuinkamer is daar een bekend voorbeeld van. Maar het kunnen ook plekken zijn die geleidelijk in elkaar overgaan en toch een  eigen sfeer hebben. Voorbeelden hiervan is het gebruik van meerdere terrassen of een wellness-ruimte met een zwembad, zwemvijver of een lekkere loungehoek. Elke plek kun je zo een eigen
sfeer geven. Bij een grote tuin met verschillende plekken vormt de beplanting voor de verbinding, zodat het één geheel wordt.

Paden

Naast beplanting is het belangrijk om de verschillende plekken of ruimten met elkaar te verbinden met een pad. Hierbij kun je goed variëren met vorm en materiaal. Dit kunnen bestrate paden zijn, maar ook paden van grind, gravel of houten vlonders. Daarnaast zijn paden natuurlijk ook gewoon praktisch, en bewust of onbewust volgen je ogen vaak de paden, waardoor mooie zichtlijnen ontstaan.

Bomen

Wanneer je juist wel van openheid en weidsheid houdt, zijn bomen hét middel om mooie plekken te creëren in een grote tuin. Denk aan één boom of enkele bomen waar je heerlijk onder kunt zitten. Met een paar stoelen of een eenvoudig bankje heb je al een gezellige intieme plek. Bomen kunnen ook functioneel gebruikt worden om gebouwen of ruimten met elkaar te verbinden,
of om een zichtlijn te accentueren door er een bomenrij langs te plaatsen.

Verlichting

Aan verlichting wordt meestal niet als eerste gedacht bij het inrichten van de tuin. Of hoogstens bij de ingang een lichtpunt. Toch kunnen door de juiste verlichting unieke plekken gemaakt worden. Denk aan het verlichten van de wellnessruimte, het van onderen belichten van bomen, verlichting langs een hoofdpad in de tuin of het aanlichten van de gevel.

Siergrassen

Moderne tuinen kennen dikwijls een strak lijnenpatroon en kenmerken zich door een aantal beeldbepalende structuren. Een veel gebruikte manier om structuur aan te brengen is het toepassen van siergrassen.

Siergrassen worden bij het creëren van een groene structuur vaak niet als solitair aangeplant, maar in een vak of in rijen. Ze danken hun populariteit aan het feit dat ze lang groen, of zelfs altijd groen blijven, een speels karakter hebben en structuur en vorm aan de tuin geven.
In het najaar en in de winter hebben ze een prachtig silhouet en laten ze zich prima combineren met andere planten. In opmars is de combinatie met vaste planten, want dit geeft een bijzonder fraai en speels effect. De vaste planten worden dan als enkelingen tussen de grassen door geplant, waarbij ze er vaak net even iets bovenuit steken.

Schilderachtig effect

Siergrassen zijn dus zeer breed inzetbaar in de tuin en kunnen echte blikvangers zijn. Er zijn meerder soorten in de handel verkrijgbaar. Het ene siergras past beter midden in een plantenvak, terwijl een ander soort door zijn uitstraling ook prima langs een waterpartij kan worden geplant. Vooral de hogere grassoorten kunnen uitgroeien tot indrukwekkende pollen, met bloeiaren die er mooi bovenuit steken. In het late najaar hebben deze een prachtige herfstkleur. In de winter kunt u siergrassen prima laten staan, en het dunne laagje rijp op de aren geeft altijd
weer een schilderachtig effect. Voorbeelden van veel gebruikte grassen zijn de Miscantus (prachtriet), de hogere soorten van de Molinia (pijpenstrootje)en de Cortederia (pampasgras).

Groenblijvende soorten

De meeste soorten komen het beste tot hun recht als ze in een groep worden aan geplant. Dat kunnen er bijvoorbeeld vijf tot zeven bij elkaar zijn, zodat ze ongeveer één vierkante meter bedekken. Maar ook een groter vak zal zeker niet misstaan. Kies dan wel een soort die groenblijvend is, zodat u in de winter niet tegen een groot kaal vlak aankijkt.
De Carex, die u in veel kleuren kunt kopen, leent zich daar goed voor. Andere variëteiten die goed als groep aangeplant kunnen worden zijn:
Calamagrostis (struisriet), Panicum (vingergras), Pennisetum (lampenpoetser), Imperata (bloedgras) en Festuca (zwenkgras).
Als u wel een paar grassen in uw tuin wilt, maar er geen plek meer voor heeft in de border, zet ze dan in een pot op het terras of balkon.
Siergrassen snoei je pas in hetvoorjaar, want juist in de herfst en in de winterperiode zijn veel grassen prachtig om te zien.

Snoeien

Siergrassen snoeit u pas in het voorjaar, want juist in de herfst en in de winterperiode zijn veel grassen prachtig om te zien. Het afgestorven blad en de stengels zorgen voor een natuurlijke bescherming tegen vorst en vocht. De enige grassoort die wel bescherming nodig heeft, is de Cortaderia (pampasgras). Pak deze in de winter in met stro of noppenfolie. Vanaf eind maart kunt u gaan snoeien (behalve de wintergroene grassen) tot op ongeveer 10 à 20 cm boven de grond. Daarna loopt het gras weer prachtig uit en kunt u er weer lang van genieten.

Boerenpioen

Soms herontdek je planten die je een tijd niet gebruikt hebt, of waar je tijdens het samenstellen van een plantenassortiment opnieuw door gefascineerd raakt. De boerenpioen (Paeonia officinalis) is zo’n plant. Vergelijkbaar met een vergeten groente, een soort die tegenwoordig minder wordt gebruikt maar een lange historie heeft.

De boerenpioen behoort tot de kruidachtige pioenrozen en heeft de karakteristieke eigenschappen van een vaste plant. Hij sterft in het najaar af tot aan de grond en in het voorjaar verschijnen er rode punten waaruit de stengels, bladeren en bloem en groeien. De pioen heeft vlezige wortels met knolachtige verdikkingen en is een zomerbloeiende plant die vanaf juni prachtige bloemen geeft. Met een hoogte van tussen de 60 en 100 centimeter past hij prima in een vaste plantenborder. Daarnaast houdt de pioen van een kalkrijke bodem. Van origine komt hij voor in de streken rond de Middellandse Zee, van Zuid-Frankrijk tot aan het westen van de Balkan.

Geschiedenis

De pioen was al bekend in de Griekse tijd. De Latijnse naam is Paeonia, wat is afgeleid van Paieon, de Griekse arts van de goden. De wortels van de pioenhebben een geneeskrachtige werking (koortswerend, bloeddrukverlagend) en ook de zaden werden gebruikt vanwege hun medicinale eigenschappen. Eeuwen later, in de middeleeuwen, werd de pioen gebruikt in de kruidentuinen van kloosters en verwerkt tot medicijn. Deze rol als medicinaal kruid heeft de pioen gehad tot de 19e eeuw. Daarna werd de plant vooral in Frankrijk en Engeland ook steeds meer als sierplant gebruikt. Tot op de dag van vandaag is de pioen nog altijd een gangbare tuinplant. Daar naast blijft hij nuttig voor de farmacie, de alternatieve geneeskunde en de parfumindustrie.

Onderhoud

Pioenrozen staan bij voorkeur op een plek in de zon-halfschaduw. Ze hebben per dag dus een paar uur zon nodig, maar niet de hele dag.De juiste grond is een belangrijke voorwaarde voor gezonde en vitale planten. Ze hebben een uitgesproken voorkeur voor voedzame grond die voldoende kalk bevat, liefst klei- of zavelgrond. In de groeiperiode is voldoende vocht noodzakelijk. Door de juiste standplaats te kiezen reguleert zich dat echter vanzelf enis extra watergeven vrijwel niet nodig. In de winter daarentegen is het van belang dat de grond niet te lang nat blijft en goed afwatert. Wanneer je de pioenen na de bloei in juli beendermeel geeft en in het vroege voorjaar gedroogde koemest,
word je beloond met prachtige bloemen in juni. Grote bloemen moeten ondersteund worden. Houd er rekening mee dat ze een lange tijd op dezelfde plaats moeten staan, voordat ze veel bloemen geven.