Gedifferentieerd beheer, wat is dat eigenlijk?

Gedifferentieerd beheer omvat het geheel van technisch beheer wat toegepast wordt op buitenruimten (openbaar en privé) om hierdoor zoveel mogelijk in overstemming te zijn met de omgeving.

De meest toegepaste technieken zijn:

  • laattijdig maaien;
  • opvang en hergebruik van regenwater;
  • geen gebruik van pesticides;
  • opvang en hergebruik van groenafval voor de beplante ruimten en/of gebruik van milieuvriendelijke bodembedekking om grondverdroging te beperken, bevloeiing en onderhoud;
  • gebruik van plantbedekking in overeenstemming met de omgeving voor de biodiversiteit, waterbeheer…

Bij gedifferentieerd beheer heeft men de neiging te verwijzen naar de openbare ruimten maar dit is ook toepasbaar op kleinschalige ruimten zoals tuinen. Er bestaan veelvuldige technieken die toegepast worden naargelang de omgeving.

Voorbeeld van een techniek bij laat in het seizoen maaien

Een tot twee keer per jaar wordt er laat in het seizoen gemaaid op plaatsen die dit niet regelmatig vereisen, kortom: overal waar het mogelijk is! In de lente vindt soms een selectieve bemaaiing plaats met als doel ongewenste plantensoorten te beperken.

Deze beheerstechniek:

  • draagt bij aan de biodiversiteit en de duurzaamheid van de plantensoorten en maakt het mogelijk dat de fauna, zoals de insecten die bestuiven, kleine zoogdieren, nestbouwende vogels…, zich kunnen voeden, migreren (de ecologische verbindingszone) en voortplanten;
  • zorgt voor een levende natuur en ontwikkelt een overvloed aan kleuren en vormen. Een begraste plaats is ideaal voor het aanleggen van bv. looppaden, een labyrint of een speelterrein en die ieder jaar op een verschillende manier vernieuwd kunnen worden;
  • kan weer opnieuw gebruikt worden als bodembedekking (een ander aspect van het gedifferentieerd beheer).

Het maaien

De eerste maaibeurt vindt altijd plaats na het opkomen van de zaden, omstreeks 15 juli. De fauna heeft dan de tijd zich te voeden en de flora zich te vernieuwen. Het gras laat men ongeveer tien dagen ter plaatse drogen alvorens af te voeren zodat het zaad kan rijpen en vallen.

De tweede maaibeurt vindt plaats aan het einde van de groeitijd tussen half september en begin oktober. Het gras laat men ongeveer tien dagen ter plaatse drogen alvorens af te voeren zodat het zaad van laattijdige planten kan rijpen en vallen.

Eenmalig maaien per jaar is mogelijk, in dat geval wordt aan het einde van de groeitijd gemaaid.

En als maaien niet mogelijk is?

In dat geval is het belangrijk zo weinig mogelijk te maaien en vooral niet vlak over de grond, respecteer een minimum hoogte van 8cm, minder maaien betekent ook minder onderhoud.

Probeert u in ieder geval het maaien aan te passen aan de omgeving. Dit bevordert ook de groei van kleurrijke  Madeliefjes, Klavers, Muscari, Primula…   het houdt de natuur levend en voorkomt een steriel gazon.

Belangrijk is in alle gevallen:

  • gemaaid gras af te voeren om de biodiversiteit te bevorderen aangezien weidebloemen op arme grond bloeien. Een voedingsrijke bodem bevordert de groei van ongewenste plantensoorten en zal de bloei van weidebloemen beperken.
  • nooit een hakselaar gebruiken!  De planten zullen volledig vernietigd worden en zullen geen zaad vormen, dus geen vernieuwing. Bovendien heeft de fauna geen enkele kans te overleven en wordt op hetzelfde moment gehakseld als de planten.

Tuinen zijn bij Fransen hot! Hoe zit het eigenlijk met de Nederlander en zijn Franse tuin?

Fransen krijgen steeds meer oog voor de tuin. Daar waar voorheen de tuin voornamelijk functioneel gebruikt werd. Men verbouwde er groeten en teelde fruit. Is nu ook de opmars van de siertuin een feit in Frankrijk. Als we onderstaand recent verschenen artikel mogen geloven ligt er een compleet nieuwe markt in het verschiet.

“Steeds meer Fransen vinden het werken in de tuin een leuk tijdverdrijf: je bent met de natuur bezig, het is gezond en het kweken van eigen groente is bovendien kostenbesparend. Tuinieren – le jardinage – is een favoriete hobby geworden voor de 13 miljoen Fransen die in het weekeinde vooral in hun tuin te vinden zijn en op hun rubber laarzen in de weer zijn met zaaien, planten, schoffelen, sproeien en snoeien. De laatste jaren beginnen de Fransen steeds meer het mooie van tuinieren te ontdekken.”

“Onlangs spoedden 1,5 miljoen gepassioneerden zich tijdens het weekeinde Rendezvous aux jardins naar 2000 voor het publiek opengestelde tuinen, waarvan 400 heel bijzondere. Eenvoudige amateurs en ware experts kijken hun ogen uit en zijn op zoek naar informatie en nieuwigheden. De 13 miljoen verstokte tuiniers besteden jaarlijks € 6 miljard aan spullen en plantgoed, gemiddeld € 235 per jaar per huishouden. De bestedingen in de tuincentra zijn de laatste 25 jaar verdubbeld, terwijl de gemiddelde oppervlakte per tuin in die periode inmiddels is gehalveerd. De Franse tuincentra hebben geen last gehad van de crisis. Integendeel, in 2009 ging de omzet nog met 2,5% omhoog en die van de doe-het-zelf-zaken met 2,2% omlaag.”

Als Nederlander waren we natuurlijk gewend om onze tuinen te gebruiken als siertuin, het verlengde van onze huiskamer. Echter nu u in Frankrijk woont zal uw terrein niet meer de gemiddelde 50m2 zijn die u in Nederland gewend was maar een veelvoud hiervan. Honderden, wellicht wel duizenden vierkante meters. Dit betekent dat u waarschijnlijk heel anders tegen uw tuin bent aan gaan kijken. Wij zijn erg benieuwd wat uw grootste verandering is geweest aangaande de tuin? Bent u deze anders gaan inrichten, beheren? Waaraan heeft u het meest moeten wennen? We zijn benieuwd naar uw reacties!